ENERGIENEUTRALE MAATREGELEN BIJ TUNNEL IN MAASTRICHT

De aanleg van de A2-tunnel is de oplossing voor de luchtkwaliteit in Maastricht. De verschillende onderdelen van de tunnel, zoals de ligging van de tunnelmonden, zijn aparte maatregelen die bij de tunnel horen. Het ontwerp van al die maatregelen is zó gekozen dat de concentratie van luchtverontreinigende stoffen zoveel mogelijk verlaagt en er geen energie voor opgewekt moet worden. Een overzicht van de vijf belangrijkste maatregelen bij de tunnel in Maastricht wordt hier kort omschreven en aangeduid op de illustraties. 

  1. Lange tunnel van 2,3 km, waardoor de afstand tussen de tunnelmonden en de gevoelige locaties groter wordt en de concentratie luchtverontreinigende stoffen bij de gevoelige locaties verdunnen. 
  2. Opheffing van stoplichten, zodat automobilisten minder moeten optrekken of afremmen en de files bij de stadsentrees verdwijnen. 
  3. Verdiepte wegen (3A) en tunnelmonden. Op die manier worden de vervuilde stoffen met het verkeer meegezogen en minder verspreid naar de naastgelegen woningen. De tunnelmonden liggen bovendien versprongen (3B), waardoor er daar hoge concentraties worden voorkomen.
  4. Zoveel mogelijk afstand bewaren tot de woonzones. De tunnelmonden liggen in verhouding in een meer open gebied, op relatief grotere afstand van woningen. Ook de rijbanen bevinden zich zover mogelijk van de woonzones. De A2 zelf wordt verplaatst in oostelijke richting bij Nazareth (4A) en in Westelijke richting bij Heer (4B), terwijl de Viaductweg in zuidelijke richting opschuift (4C). 
  5. Aanleg van de tunnel en de nieuwe ontsluitingsweg naar bedrijventerrein Beatrixhaven, zodat het sluipverkeer uit de wijken wordt gehaald en er minder vrachtverkeer langs de buurten Limmel en Nazareth moet.